Het meten van stress
Titel
Delarue, A. (2003), Het meten van stress: De stress van het meten. De beoordeling van kwaliteit van de arbeid: een confrontatie van methodologische strategieën, in: Tijdschrift voor Sociologie, vol. 24 (4), p.363 – 388.
Trefwoorden
Stress, Methodologie, Artikel
Inhoud
Wanneer een zekere afstand wordt genomen van de verschillen in de uitkomsten van de diverse onderzoeken rond kwaliteit van de arbeid en de verschillen in de waardering van deze uitkomsten, lijkt zich onder de wetenschappers een zekere mate van consensus af te tekenen over de vraag wat zeker niet de kenmerken van goede arbeid zijn. Van goede arbeid is geen sprake wanneer het werk tegen een hongerloon verricht moet worden, wanneer het fysiek of psychisch slopend is, wanneer het bestaat uit een continue herhaling van eenzelfde eenvoudige handeling of wanneer autonomie en verantwoordelijkheid afwezig blijven. Positief geformuleerd betekent dit dat goede arbeid wordt gekenmerkt door voldoende autonomie, complexiteit en ontplooiingsmogelijkheden, redelijke arbeidsvoorwaarden en behoorlijke arbeidsomstandigheden. Deze eensgezindheid kan echter niet beletten dat in de praktijk van het arbeids- en organisatieonderzoek de verschillende aspecten een ander gewicht krijgen, hetgeen tot aanzienlijke verschillen in de eindbeoordeling kan leiden en van de kwaliteit van de arbeid een meetprobleem maakt.
De geldigheid van instrumenten voor het meten van arbeidskwaliteit vormt het centrale thema van voorliggend onderzoek. We zoeken een maatstaf voor de kwaliteit van de beoordeling van de kwaliteit. Meer concreet wordt de problematiek benaderd vanuit het sociotechnisch discours, waarbij twee sociotechnische instrumenten, de kwalitatieve WEBA-methode (WElzijn Bij Arbeid) met een expert als beoordelaar en de hiervan afgeleide kwantitatieve NOVA-WEBA-vragenlijst met de werknemer zelf als beoordelaar, aan een kwaliteitsonderzoek worden onderworpen. Beide constructen werden in Nederland ontwikkeld om functies te beoordelen op de aanwezigheid van welzijnsrisico's zoals bedoeld in de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet. De kwantitatieve NOVA -WEBA en de WEBA-methodiek streven in principe dezelfde doeleinden na: ze pretenderen de kwaliteit van de arbeid en meer bepaald welzijnsrisico's bij functies in kaart te brengen. Ze zijn op dezelfde theoretische leest geschoeid en hebben een conceptueel vergelijkbare structuur, dus in principe zouden ze voor een zelfde functie tot vergelijkbare resultaten moeten komen. In een kort theoretisch gedeelte zullen de twee meetinstrumenten WEBA en NOVA-WEBA eerst gesitueerd worden binnen de ruimere thematiek van de kwaliteit van de arbeid. Vervolgens zal aandacht uitgaan naar een eerdere poging om de betrouwbaarheid en geldigheid van beide methoden na te gaan. Door middel van een follow-up experiment, uitgevoerd binnen één organisatie, zullen de twee instrumenten dan opnieuw met elkaar worden geconfronteerd. De bedoeling is hierbij zoveel mogelijk factoren onder controle te houden om in geval van incongruentie, uitsluitsel te kunnen geven over een aantal mogelijke oorzaken.
Informatie
Klik hier om het artikel te downloaden.








