Meer weten over sociale innovatie
SERV - Stichting Innovatie & Arbeid
Werkbaarheid bij zelfstandigen
De werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen is tussen 2007 en 2010 stabiel gebleven op 48%. In 2010 tekent zich ook een identiek werkbaarheidsbeeld af. Enerzijds zien we een zeer grote groep die gemotiveerd aan de slag is en veel leerkansen ervaart. Anderzijds zien we ook dat heel veel zelfstandige ondernemers met werkstress kampen en het moeilijk hebben om het werk met het privéleven in balans te brengen. Dat blijkt uit de resultaten van de werkbaarheidsenquête die Stichting Innovatie & Arbeid in het voorjaar voor de tweede keer uitvoerde bij 6.000 zelfstandige ondernemers in Vlaanderen.
Voor meer informatie en downloaden van rapporten:
werkbaarheidsgraad zelfstandige ondernemers blijft stabiel
werkstress en werk-privé balans blijft probleem voor zelfstandige in vrij beroep, bouw en handel
Ongewenst gedrag op het werk
Voor meer informatie en downloaden van rapport:
meer lichamelijk geweld en ongewenst seksueel gedrag op de werkvloer
Werkbaarheid in 12 sectoren
Voor meer informatie en downloaden van rapport:
werkbaarheidsgraad stijgt in bouw en gezondheids- welzijnssector
Voor meer informatie en downloaden van rapport:
wat maakt werk werkbaar
Voor deze vijfde editie onderzoeken we ook de ondernemingen die in 2010 Trends-Gazelle waren als een aparte populatie. Zo krijgen we meer inzicht in de kenmerken van groeiondernemingen. De eerste resultaten werden reeds voorgesteld op het congres van Flanders Synergy.
Voor meer informatie en downloaden van presentatie, klik hier.
Op het eerste zicht lijken Gazellen redelijk goed op alle andere ondernemingen: ze komen voor in alle sectoren met zelfs een lichte oververtegenwoordiging van de industrie, ze zijn niet speciaal jong (hun gemiddelde leeftijd ligt 5 tot 6 jaar hoger dan gemiddeld) en ze zijn niet echt klein of zeer groot: 80% van de gazellen heeft 10 tot 199 werknemers.
De gazellen zijn dus maar zelden hoogtechnologische startups. Maar innoveren doen ze allemaal, en dan zijn er veel die (hoog-)technologische nieuwigheden toepassen in hun product of dienst, zonder dat ze die daarom zelf hebben ontwikkeld.
Het succes van de gazellen zit in hun marktstrategie en de ondernemingsstrategie. De Trends Gazellen slagen er in om een nieuwe evolutie in de markt op te pikken, om een kans te zien en te grijpen. De marktinzichten of mogelijkheden worden door andere ondernemingen aangereikt, of ontstaan uit samenwerking. Er is daardoor vaak geen eenduidig innovatiemoment aan te geven: de vernieuwing komt vaak voort uit een combinatie van de beschikbaarheid van nieuwe techniek of technologie, de economische omstandigheid en de vraag.
Een groeiende onderneming, die vaak een vrij organische, spontane structuur heeft, zal na verloop van tijd meer structuur, hiërarchie en standaardisering invoeren om de afstemming te verzekeren. Voor gazellen die al langer bestaan en een bureaucratische structuur hebben kan de doorstart waardoor ze gazelle zijn geworden vaak aanleiding geven tot een herschikking van de organisatiestructuur. Dat kan een structuur zijn die meer geënt is op de sociale innovatie, maar vaak blijft de organisatiecultuur dezelfde. Wel wordt er opvallend vaak een beroep gedaan op competentiemanagement om aan de nieuwe uitdagingen van het personeelsbeleid te kunnen beantwoorden.
Sociale innovatie op organisatieniveau is een relatief nieuw en jong begrip. Het gaat om het toepassen van duurzame veranderingen die zowel de performantie van de organisatie als de kwaliteit van de arbeidsorganisatie verhogen.
In dit informatiedossier komen drie bedrijven aan bod die sociale innovatie telkens vanuit andere invalshoek benaderen, namelijk:
- Een verruiming van de technologische component van innovatie naar een meer geïntegreerd innovatief bedrijfsbeleid bij Vlaemynck LV
- Groei van het bedrijf zorgt voor aanpassingen in de organisatiestructuur en de uitbouw van een HR-beleid bij Gebo
- Teamwerk ondersteund door competentieontwikkeling zorgt voor de nodige flexibiliteit van de organisatie bij Tyco Electronics Oostkamp.
Flanders District of Creativity
Ambidextrous Innovation Behaviour in Service Firms
De studie toont niet alleen aan dat het innovatiegedrag in de dienstensector verschillend is dan deze in de productiesector, maar dat er binnen de dienstensector zelf grote verschillen zijn. Op basis van een longitudinale studie en een aantal case-studies wordt het innovatiegedrag in de dienstensector verder geanalyseerd.
De belangrijkste conclusie is dat het voor dienstenbedrijven belangrijk is om incrementele “korte termijn” innovatie te combineren met radicale “lange termijn” innovatie. Hoe dit precies gebeurt: beide samen (“ambidexterity”) of eerder afwisselend (“punctuated equilibrium”), schijnt dan weer minder kritisch te zijn dan het feit dat ze daadwerkelijk gecombineerd worden.
Op basis van 3 cases wordt er ingegaan op hoe de marktomgeving, de beschikbare middelen en het topmanagement het innovatiegedrag beïnvloeden. De studie geeft een aantal concrete managementtips en tenslotte wordt ook besproken hoe verschillende Europese overheden innovatie in hun dienstensector stimuleren.
Het volledige rapport kan je hier downloaden.
IWT
Diensten hebben onze maatschappij grondig gewijzigd. Vandaag is de dienstensector in Vlaanderen, in België en in de Europese Unie de grootste sector, zowel in termen van tewerkstelling als van toegevoegde waarde. Die trend zal zich doorzetten, wat betekent dat de dienstensector in de toekomst een nog belangrijkere impact zal hebben op het realiseren van welvaart.
Het is echter een misvatting dat innovatief zijn met diensten enkel beperkt is tot de dienstensector. Vele Vlaamse ondernemingen met industriële activiteit zetten vandaag ten volle in op het verlenen van diensten aan hun klanten met als doel zich te onderscheiden van de concurrentie. Maar er is ook nog een grote groep ondernemingen die het groeiende belang van diensten nog niet heeft onderschreven.
Onze traditionele sectoren zijn vandaag de facto dienstverleners geworden. hun succes zal in de toekomst niet alleen afhangen van technologische innovatie maar des te meer van relevante dienstverlening, nieuwe business modellen en zo meer. Diensteninnovatie zal een belangrijke rol spelen in het competitiever maken van onze industriële sectoren. Diensteninnovatie is in volle ontwikkeling en dat genereert nieuwe vragen.
Hoe kan de overheid diensteninnovatie stimuleren en waar nodig ondersteunen? Welke maatregelen kan Vlaanderen nemen om de export van diensten te stimuleren?
Het rapport levert:
- Praktische kijk op wat diensteninnovatie nu concreet is
- Inzichten waarom diensteninnovatie voor elke onderneming belangrijk is
- Talrijke Vlaamse bedrijfscases en diverse expertinterviews
Het ganse rapport kan je downloaden via deze link.
Universiteiten
Prof. Nathalie Delobbe, Université catholique de Louvain, Louvain School of Management.
Is het mogelijk om realistische en efficiënte praktijken in te voeren om het welzijn van de werknemers te verbeteren?
Houdt het welzijn van de werknemers, positief of negatief, verband met de organisatorische prestaties?
Dit literatuuroverzicht is bedoeld om operationele onderzoekshypotheses te formuleren en de mogelijke methodologische voorstellen te formuleren die een empirisch antwoord kunnen geven op onze onderzoeksvraag.
Voor meer informatie en downloaden van presentatie, klik hier.
Inmiddels is het tweede luik van dit onderzoek lopend, met name de analyse, in een multi-level onderzoeksinstrument, van de effecten van deze verschillende dimensies van het welzijn, gehaald uit de VOW/QFT, op de individuele en organisatorische prestatie-indicatoren.
Voor meer informatie (onderzoeksrapport nog niet beschikbaar), klik hier.
Burnout bij de Belgische beroepsbevolking
Prof. Isabelle Hansez, ULG (ValoRH)
Prof. Philippe Mairiaux, ULG (STES)
Prof. Pierre Firket, Clinique du stress
Prof. Lutgart Braeckman, UGent
Het onderzoeksproject streeft twee doelstellingen na:
- Een overzicht maken van de wetenschappelijke literatuur rond het thema burnout
- De omvang meten van het fenomeen burnout bij de Belgische beroepsbevolking
In de steekproef leidt de prevalentie tot een percentage van ongeveer 0,8 % als we rekening houden met alle opgetekende gevallen. Dit prevalentiecijfer wordt bevestigd als we dit analyseren op basis van de diagnose van de huisartsen enerzijds en de bedrijfsartsen anderzijds, maar ook als we de Franstalige en Nederlandstalige populaties apart bekijken. Deze schatting is toch goed voor bijna 19.000 werknemers in België.
Enkele cijfers:
Frequentie van de arbeidsfactoren in verband met burnout
Werkdruk 57,9
Tijdsdruk 41,3
Organisatiewijzigingen 38,4
Conflict op het werk 37,4
Balans werk-privé 30,6
Frequentie van de middelen waaraan het de werknemer ontbreekt
Steun van de overste 63,2
Erkenning 47,5
Steun van de collega’s 29,4
Ontplooiingsmogelijk-
heden op werk 23,4
Taakdefinitie 19,6
Deze resultaten bevestigen de studies naar het JD‐R Model die het belang aantonen van de arbeidsfactoren, vooral de werkdruk, om een burnout te voorspellen en het belang om middelen aan te reiken aan de werknemers, in de vorm van steun van de overste en de collega’s, maar ook van de erkenning van het geleverde werk.
Voor meer informatie en downloaden van rapporten, klik hier.
Psychosociale aspecten op het werk en arbeidsongevallen
Prof. Isabelle Hansez, ULG (ValoRH)
Prof. Lutgart Braeckman, UGent
Onderzoek naar het verband tussen psychosociale aspecten op het werk en (ernstige) arbeidsongevallen in België.
Algemeen heeft de analyse aangetoond dat voor elk ongeval één of meerdere psychosociale factoren een rol gespeeld heeft/hebben in de verklaring van het ongeval. Dit resultaat stemt overeen met wat we in de literatuur hebben teruggevonden over het verband tussen psychosociale factoren en aspecten van veiligheid/ongevallen. De vragenlijst kan een bewustwording teweegbrengen over de rol die de psychosociale aspecten kunnen spelen bij arbeidsongevallen.
Voor meer informatie en downloaden van rapporten, klik hier.
Arts in het ziekenhuis: Een HR-perspectief
Karel De Witte, Kristof Eeckloo en Arthur Vleugels (reds.), Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap (CZV) van de K.U.Leuven.
De meeste artsen werken als zelfstandige in een ziekenhuis. Daarom gaan directies er vaak onterecht vanuit dat een ziekenhuis geen HR-beleid hoeft te voeren. Maar een geïntegreerd ziekenhuis kan het zich niet veroorloven om de inzet van en de omgang met haar artsen niet beleidsmatig aan te pakken.
Arts in het ziekenhuis wil enerzijds een stand van zaken opmaken en anderzijds toekomstgericht nadenken over hoe artsen binnen een ziekenhuis op de meest adequate wijze ingezet en begeleid kunnen worden. Het boek is niet alleen interessant voor directies, maar ook voor – beginnende – artsen omdat ze zo een beeld krijgen van hoe het eraan toegaat in een ziekenhuis.
Voor meer informatie, klik hier.
WALQING — Work and Life Quality in New and Growing Jobs
Funded by the European Commission’s 7th Framework Programme with EUR 2.7 million and involving 11 European partners, walqing investigates the linkages between new and expanding jobs, the conditions of work and employment in these jobs, and the more or less favourable outcomes for employees’ quality of work and life.
Een eerste reeks rapporten van dit onderzoeksrapport zijn beschikbaar gesteld, zoals o.m.:
-Holman, David/McClelland, Charlotte (2011): Job Quality in Growing and Declining Economic Sectors of the EU, walqing working paper 2011.3.
-Vandekerckhove, Sem/Ramioul, Monique (2011): Patterns of growth and changing quality of work in Europe. walqing working paper 2011.2.
Voor meer informatie en downloaden van rapporten, klik hier.
Sociale innovatie: nu nog beter!
Resultaten Erasmus concurrentie en Innovatie Monitor 2009 - 2010
Met de Erasmus Concurrentie en Innovatie monitor 2009-2010 is het innovatievermogen van Nederlandse bedrijven voor het vijfde achtereenvolgende jaar in kaart gebracht. INSCOPE – Research for Innovation van de RSM Erasmus Universiteit verspreidt deze monitor jaarlijks onder 10.000 Nederlandse organisaties.
Investeringen in sociale innovatie zijn in de afgelopen jaren fors toegenomen in het Nederlandse bedrijfsleven. Zo was de stijging tussen 2008 en 2009 nog 5,2%. Een jaar later is de toename 12,8%.
Sociale innovatie helpt bedrijven de economische crisis te doorstaan. Zo hebben sociaal innovatieve bedrijven een hogere innovativiteit (+31%) en productiviteit (+21%) waardoor zij betere bedrijfsprestaties kunnen realiseren, zowel op de korte als de langere termijn. Daarnaast zijn sociaal innovatieve bedrijven beter in staat om nieuwe klanten aan te trekken (+17%), zijn hun medewerkers tevredener (+12%) en hebben ze een hogere omzet- (+16%) en winstgroei (+13%).
Voor meer informatie en downloaden van rapporten, klik hier.
TNO
'Innovatie die werkt'
Fietje Vaas, Peter Oeij (TNO Arbeid)
'Innovatie die werkt' beschrijft de bevindingen en uitkomsten van het TNO programma Innovatie die Werkt (2006-2010). Uit dit onderzoek werd duidelijk dat een succesvol innovatieproces voldoet aan vijf kenmerken: het is open, participatief, iteratief, het absorbeert unieke kennis en is multidisciplinair. In de proeftuinen is onderzocht hoe kennis in dat dynamische proces kan worden ingebracht en wat dan het beste werkt. Die bevindingen zijn vastgelegd in instrumenten, aanpakken en middelen (tools). Het heeft geresulteerd in toepasbare kennis over innoveren in netwerken.
Deze uitgave is bedoeld voor 'innovaties' die werken in complexe omgevingen. Het wil hen handreikingen bieden om innovaties te laten slagen door integratie van technische organisatorische en personele aspecten. Het zijn ook handreikingen om kennis toe te passen in het dynamische innovatieproces en in een netwerk. Samenwerken met anderen, zoals het netwerken, heeft de toekomst bij innoveren en dat noemen we netwerk-innoveren.
Voor meer informatie, klik hier.
TEKES (FI)
Learning networks as engines of innovation
Learning network is a new model for co-operation between workplaces and R&D organizations, based on open innovation approach. The network is built around some common interest, and it aims at learning and joint innovation processes at various dialogic forums.
Finnish Workplace Development Programme TYKES funded learning networks as a new experimental project activity in 2004-10. Learning networks proved to be an excellent environment to make research and innovations, and to disseminate them simultaneously. The co-operation in learning networks also strengthened the development infrastructure.
The experiences of the learning networks have been collected into a book, Linking Theory and Practice - Learning Networks at the Service of Workplace Innovation. This book introduces the learning network activity theoretically as well as gives concrete examples, focusing on interactive forums enabling co-creation, structuring of innovative networks and the general results and conclusions of the network projects.
Voor meer informatie en downloaden van rapport, klik hier.
Innovatief aan de slag
De website 'innovatiefaandeslag' staat online! Deze is het resultaat van het ESF-project 'Stimuleren van leermogelijkheden in het werk', een initiatief van het VOV lerend netwerk (promotor) i.s.m. Flanders Synergy met als partners SERV Stichting Innovatie en Arbeid, Vlaamse Dienst voor ArbeidsBemiddeling,Hogeschool-Universiteit Brussel, KHLIM Quadri, Motus Consulting en Move Learning. Het doel van dit project is het verhogen van kennis en vaardigheden van intermediairen in het creëren van leerrijke jobs. Het kader dat hiervoor gebruikt werd is dat van de sociale innovatie.








